Let’s go voor de rozemarijnslagroom
Hou je vast, het gaat snel! Klaar? Go! Giet de crème fraîche in een kookpot en laat een eerste keer opkoken. Stop het koken en leg de takjes rozemarijn erin. Laat alles rustig trekken. Idealiter doe je deze infusie op voorhand.
Zodra het mengsel is afgekoeld, klop je de room (harder, nog harder, wie is hier de baas…) tot je slagroom krijgt en zet je hem koel weg.
Let’s go voor de notencrumble
Ik ga jullie een vreselijk geheim opbiechten… ik ben vertrokken van het recept van de crumble van Mallory… (Maar ja! Je weet wel! De kleine Belg die dit jaar de finale van Top Chef had moeten halen). In deze kleine herinterpretatie heb ik het amandelpoeder vervangen door walnoten en de suiker door blonde cassonade. Kom, hop, we beginnen eraan.
Verwarm je oven voor op 190° voor je begint. Begin met de boter te laten smelten in een kookpot.
Mix of hak de walnoten grof (“M….e”, “P…t”! Maar nee, niet zo). Er moeten nog stukjes noot overblijven.
Doe in een kom met ronde bodem de walnoten, de blonde cassonade, de bloem, de boter en het zout en meng alles. Zo, de crumble is al klaar. Hij moet alleen nog bakken.
Let’s go voor het recept
Eindelijk! Het werd tijd! Maar neeeee, ik stel je gerust, het gaat supersnel. Snij de abrikozen in twee en verwijder de pitten.
Doe crumble op elke abrikozenhelft. Zet ze in je mooiste ovenschaaltjes en schuif alles in de oven (zorg dat je schaaltjes de hitte kunnen verdragen).
Na 10 minuten op 190° (hete lucht) verleng je de bakbeurt door 5 minuten de grill aan te zetten. Zodra de crumble mooi goudbruin is, is het klaar!
Haal je gerecht uit de oven. Garneer het met rozemarijnslagroom, wat rietsuiker en bovenop een klein takje rozemarijn.
Smakelijk. Je kan je crumble opeten even snel als je hem hebt gemaakt.







