Let’s go voor pasta carbonara
Aië aië aië, mamma mia, met al mijn Italiaanse vrienden mag ik het recept van pasta carbonara niet missen.
Het is een onderwerp dat al altijd verdeelt. Iedereen heeft zijn eigen recept en iedereen verfraait het graag op zijn manier. Maar wij hebben besloten om het eeuwenoude recept voor je te maken. Voor dit recept laat ik me inspireren door de versie van François-Régis Gaudry, DE gastronomische criticus van dit moment.
Een liefhebber van goede producten die houdt van authentieke keuken en de smaken van het Zuiden.
de acteurs van de commedia dell’arte
Op het podium voor dit recept hebben we de besten nodig. Zoals in het Italiaanse volkstheater is vindingrijkheid nodig. Daarom heb ik de besten ingehuurd.
Spaghettoni in de hoofdrol (dat zijn dikkere spaghetti’s). Drie eieren om alles te binden, namelijk één heel ei en twee dooiers. En niet te vergeten de ster van de carbonara, de guanciale.
Hij heeft genoeg aan zichzelf, zeker wat het zout betreft. Je vindt hem bij alle kleine Italiaanse buurtwinkels zoals Casa Rocky of Les Délices de Toscane!
Het is het onmisbare ingrediënt om een carbonara te maken die de straten van Rome waardig is. Vergeet natuurlijk de 100 gram pecorino Romano en 20 gram parmezaan niet. Dat zijn ook kazen met een bepaald zoutgehalte. Er hoort ook peper bij, als kleine herinnering aan de steenkool. François-Régis Gaudry herinnert ons eraan dat het woord carbonara afstamt van carbonari, de koolbranders, om het ruw te vertalen.
In Charleroi kennen we het zwart op de handen en in het hart wel. Zeker op de site van Marcinelle, waar het Bois du Cazier een echt levend geheugen is van een stuk van onze industriële geschiedenis. Voor de verhoudingen: 1 liter water, 10 gram zout (maar dat laat ik weg, gezien onze ingrediënten) en 100 gram pasta.
Voor vier personen kan je uitgaan van 250 à 300 gram pasta (zeker voor de smulpapen)
het koken
Snij de guanciale in grote blokjes en bak ze droog in de pan. Het vet dat vrijkomt geeft je recept een extraatje.
Meng in een slakom één heel ei en twee eidooiers met het grootste deel van de twee kazen.
Hou er een beetje over voor het opdienen, dat doet altijd zijn effect. Aarzel niet om flink aan de pepermolen te draaien. Dan kan je alles beginnen mengen.
Ruik je die heerlijke geur? De guanciale krijgt kleur en wordt lichtjes doorschijnend. Je kan trouwens een deel van het vet weghalen. Laat er een beetje in. Laat je pasta in het kokende water baden.
Wanneer ze al dente zijn, laat je ze in de pan bij de guanciale glijden. Maak ze lichtjes vochtig met kookwater en werk dan voorzichtig het eimengsel erdoor. Doe dat tot je een romige saus krijgt.
buon appetito
Je kan opdienen, met een paar slagen van de pepermolen en de rest van de kaas. Je zal het gevoel hebben aan tafel te zitten in een mooi restaurantje in een van de romantische straatjes van Rome.
Voel je Italië? Proef het!
Buon appetito!





